Frans en Mies Braal

Frans Braal (4 augustus 1915 - 28 september 2004), zoon uit een Nederlands Hervormd gezin, is geboren in Tholen. Thuis was er armoede. Zijn ouders verhuisden naar Rotterdam, alwaar vader werk vond als timmerman. Hij ging vaak met honger naar school. Frans kon goed leren. Hij doorliep een weg- en waterbouwkundige opleiding voor technisch middenkader aan de Rotterdamse M.T.S. (tegenwoordig hbo-niveau). Frans trad in de jaren 1930 in dienst als opzichter van Provinciale Waterstaat. Deze overheidsdienst was verantwoordelijk voor de waterwegen en verkeerswegen in Zuid-Holland. Hij vestigde zich toen op Voorne.

 

Lees meer

Het echtpaar ontpopte zich tot de spil in het georganiseerde, geweldloze verzet in Oostvoorne tegen de bezettingsmacht. Verzetsgroep-Braal omvatte voor zover bekend meer dan tien verzetslieden, die daden verrichtten waar de doodstraf op stond. Vanaf eind 1941 groeide hun verzet geleidelijk uit. Eerst vanuit hun woning aan de Zandweg, maar vanaf voorjaar 1944 vanuit "Ons Buitenhuis" aan de Groeneweg. Het vervalsen van documenten en persoonsbewijzen  werd gedaan door Pieter Langendoen, ook een verzetsheld, in het distributiekantoor in Brielle. Daarnaast vele andere activiteiten zoals het luisteren naar Radio Oranje en het verspreiden van geallieerde informatie, het uitvoeren van koeriersdiensten, het opvangen van tientallen Joodse kinderen (zoals Peter Oppenheimer) en ondervoede stadskinderen (zoals Riet van Rooden) en het verbergen van onderduikers en neergekomen geallieerde bemanningsleden (Allen Sinden en Philip Pochailo). Frans genoot betrekkelijke vrijheden met behulp van een vervalst persoonsbewijs, waarop stond dat hij namens Provinciale Waterstaat belast was met dijk- en afwaterinspecties op Voorne-Putten. Regelmatig trok hij de Spijkenisserbrug over, waar wachtslieden niet altijd medewerking verleenden.

 

Lees meer

In Rotterdam leerde hij Maria Johanna Geertruida (Mies) Biesheuvel (22 november 1916 - 20 april 2007) kennen. Zij komt uit een middenklasse familie met aan moederszijde een welgestelde, katholieke Waalse familietak. In Rotterdam was haar vader politieagent, die opklom tot brigadier. Frans en Mies zijn op 30 november 1938 te Rotterdam getrouwd, waarna ze zich meteen vestigden aan de Zandweg 54 te Oostvoorne. Tijdens de jaren 1940 kon het echtpaar een woning, genaamd Het Land van Geluk (een ontwerp van de Haagse architect Co Brandes uit 1934), huren aan de Duinzoom 2. De Duitse bezetters hadden vanaf mei 1940 andere plannen met ons land.

 

Lees meer

Als zodanig nam hij dan werkpersoneel op sleeptouw die in werkelijkheid onderduikers of leden van het verzet waren. Op sommige momenten verbleven er vanaf juni 1944 maar liefst 26 personen op het nieuwe, veiliger geachte adres in Ons Buitenhuis aan de Groeneweg. Dat zoveel mensen gevoed en beziggehouden konden worden, was te danken aan het organisatietalent van Mies, daarbij geholpen door enkele vrouwelijke verzetsleden. Twee keer die winter werd het onderkomen bijna ontdekt, toen er informatie gelekt is naar de Duitsers. Meer weten over die periode van verzet en vrijheidsdrang? Zie het onderdeel met de ceremonie van 2 januari 1987 hieronder.

 

Lees meer

Frans Braal was na de oorlog kortstondig wethouder van Oostvoorne, waarna hij de eerste directeur van vakantiekamp het Kruininger Gors werd tussen 1948 en 1957. Als opzichter en oud-verzetsman was hij gevormd tot een idealistisch en pionierend buitenmens die van organiseren en aanpakken hield. Hij bouwde samen met de door hem uitgenodigde vrijwilligers jarenlang mee aan allerlei voorzieningen zoals kantoorgebouw, kampwinkel, sportveld, drinkwatersysteem en riolering. Vele Rotterdammers vonden hun ontspanning en vertier op dit misschien wel beste vakantieterrein van Nederland.

Lees meer

Daarnaast zorgde hij voor werkgelegenheid in de recreatiesector. Personeel betrok hij uit Oostvoorne en van het gehucht Kruininger Gors zelf.  Een nieuw recreatiegebouw werd op 31 juli 1954 officieel geopend door burgemeester van Rotterdam Van Walsum. Ook al was het op het grondgebied van Oostvoorne. Door zijn houding en optreden kreeg Braal ook kritiek te verwerken. Wellicht werd die kritiek te benauwend voor het gezin Braal, met inmiddels zeven kinderen, die hun geluk elders in de wereld wilden beproeven.

Op 4 april 1957 emigreerde men naar de Verenigde Staten, woonplaats Alameda in de baai van San Francisco (Californië). Frans had daar gezorgd voor een baan bij de bouwonderneming van Harold Camping. Toen deze man zich meer ontpopte tot een fanatieke radio-evangelist die verschillende keren het einde van de wereld voorspelde, was de samenwerking met Frans geen lang leven beschoren. Hij begon voor zichzelf in o.a. het verbouwen van wijn zonder gebruik van bestrijdingsmiddelen en het adviseren van overheidsinstanties. In 1965 werd het echtpaar Braal genaturaliseerd tot Amerikanen. Inmiddels kregen hun zeven kinderen zelf relaties, werk en nazaten. Er zaten academici, activisten en levensgenieters tussen. Frans en Maria konden tevreden zijn met hun succesvolle en immer groeiende familie. De andere kant van de grens in het vriendelijke Canada, waar zich inmiddels ook enkele Nederlandse vrienden en nieuwe buren hadden gevestigd, lonkte evenwel voor deze pioniers. In 1969 verruilden zij Californië voor het ruige bergachtige gebied van West Kootenay, British Columbia in Canada. In Castlegar vonden zij hun laatste domicilie. 

Zij raakten evenwel internationaal niet in de vergetelheid. Voor bewezen verzetsdaden op het eiland Voorne werden zij onderscheiden in de V.S. (door opperbevelhebber Eisenhower), V.K. (door Churchill), Israël en Nederland (Verzetsherdenkingskruis voor Frans). Toen Canadees Philip Pochailo, die in 1944 zeven maanden uitstekend was opgevangen door Frans en Mies, te horen kreeg dat Frans en Mies Braal ook in Canada woonden, zocht hij hen verschillende keren op en  deed hij zijn best hen in aanmerking te laten komen voor een onderscheiding en herdenking door de Canadese regering. Dat gebeurde op 2 januari 1987. Een viering waar bijna 200 genodigden bij aanwezig waren.