Sterren kijken
Dit jaar bestaat de Sterrenwacht “Tweelingen” in Spijkenisse 50 jaar, voor ons een mooie gelegenheid om met Bob de Bruin en Rosalie Vriens in gesprek te gaan over wat je nu precies kunt ontdekken in het observatorium aan de Middelweg.
We vragen bij binnenkomst meteen naar de indeling van het bijzondere gebouw, want dat is ons van buiten niet direct duidelijk.
‘De vereniging is in 1976 opgericht met als doel een observatorium te bouwen. Oorspronkelijk bevond zich op de begane grond een werkplaats om de optische apparatuur te onderhouden,’ start Bob zijn verhaal. ‘Je kon vroeger niet naar een winkel gaan en zomaar een telescoop kopen, dus daar werden onder andere lenzen geslepen. Tegenwoordig is het steeds makkelijker om aan prima geslepen lenzen te komen en is dit de ruimte waar onze leden samenkomen. Op de eerste verdieping hebben we een presentatieruimte voor gasten en daar kun je ook met een steile trap naar de koepel die in 2025 geheel is gerenoveerd. In de koepel staat dé grote 14” Schmidt Cassegrain Telescoop, maar op het plein kun je ook met een Dobson-telescoop kijken.’
![]()
Tweelingen
Bij de naam Sterrenwacht “Tweelingen” denken wij direct aan het sterrenbeeld Tweelingen. Bob geeft aan dat dit inderdaad hier vandaan komt, maar dat er binnen de vereniging ook een ander verhaal rondgaat. ‘De oprichter van de vereniging had twee dochters met het sterrenbeeld Tweelingen en daarom zou het Tweelingen heten, maar echt zeker weten doe ik het niet. En de ‘Geminid’ (Gemini - Latijnse woord voor Tweelingen) is ook een hele bekende meteorietenre gen in het voorjaar. Waar de naam nu echt vandaan komt? Het is hoe dan ook gerelateerd aan astronomie.’
Passie
Wanneer we Bob en Rosalie vragen hoe ze bij het observatorium terecht zijn gekomen gaan hun ogen fonkelen. ‘Vanuit de passie om naar de hemel te kijken,’ start Rosalie haar verhaal. ‘Ik bewonderde de sterren en wilde er meer over weten en leren. Een paar jaar geleden ben ik zomaar eens langsgelopen en eigenlijk meteen blijven hangen,’ vertelt Rosalie enthousiast waarna ook Bob zijn bijzondere verhaal met ons deelt.
‘Ik zeilde al mijn hele leven en tijdens het zeilen gebruik je astronavigatie op zee. Daarnaast ben ik fotograaf en kreeg ik door de jaren heen steeds meer opdrachten voor ‘nightscapes,’ dat zijn foto’s van een onderwerp, zoals een hotel, met een sterrenachtergrond. Zo kreeg ik steeds meer avondfotografie en nachtfotografie opdrachten en op die manier kwam ik bij de sterren uit. Ongeveer vijf jaar geleden ben ik bij de Sterrenwacht langsgegaan en ben ik specifieke astrofoto’s gaan maken.’ Tijdens ons gesprek verschijnen de foto’s van Bob en de andere leden op het grote scherm in de presentatieruimte en kunnen wij deze meteen bewonderen.
Lezingen
‘Elke vrijdagavond is er tijdens de bezoekersavond een lezing over een astronomisch onderwerp, zoals de komeet ‘Lemmon’ die langs de aarde komt. We leggen dan uit wat het verschil is tussen een komeet en een meteoor en waar ze vandaan komen. Na de lezing is het donker en gaan we naar boven, naar de telescoop. Afhankelijk van het weer zien we daar meestal planeten als Jupiter en Saturnus. Op dinsdagavonden geven we cursussen en workshops, zoals een basiscursus sterrenkunde of een cursus waarin je leert hoe je een telescoop gebruikt. Ook is er een workshop astrofotografie met een gewone fotocamera, je hebt namelijk niet altijd speciale apparatuur nodig. We leggen stap voor stap uit hoe het werkt en waar je op moet letten. De cursussen variëren in lengte van één tot vijf avonden.’
Vlaggetjes op de maan
We vragen wat Bob en Rosalie het leukste vinden om als vrijwilliger bij de Sterrenwacht te doen. ‘De interactie en het feit dat je mensen kunt laten kijken door de telescoop. Je ziet mensen vaak zo verwonderd en blij zijn, dan ben ik ook blij,’ antwoordt Rosalie. ‘En vaak vertel je dan ook meer over de sterren en geef je informatie over de historie. Bijvoorbeeld over de Galileïsche manen, die zijn ontdekt in 1610 door Galileo Galilei. Hij dacht dat hij sterren rondom een planeet had ontdekt, maar later bleken het manen te zijn. We krijgen ook vaak de vraag of je de vlaggetjes op de maan kunt zien, van tijdens de maanlanding.’
'Het antwoord is nee,’ verklapt Bob. ‘Het is ook driehonderdvijfentachtigduizend kilometer bij ons vandaan, dat is best ver. Ik vind het leukste om presentaties te geven om mensen te informeren over wat ze nu eigenlijk zien. En verder vind ik het leuk om evenementen te organiseren, bijvoorbeeld rondom een zonsverduistering of tijdens de Nacht van de Nacht.’
Jeugdavonden
‘Op de laatste vrijdag van de maand organiseren we jeugdavonden. Op zulke avonden leggen we alles op een eenvoudige manier uit en maken we de kinderen wegwijs in het heelal. We vertellen over planeten en maken alles duidelijk via schaalmodellen. Zo krijgen kinderen het besef van hoe groot alles nu eigenlijk is.’ Bob pakt een tennisbal. ‘Stel deze tennisbal is de zon. Hoe groot is de Aarde dan?’ vraagt Bob. Deze vraag kunnen we niet beantwoorden, maar gelukkig geeft hij ook het antwoord; ‘De aarde is dan zo groot als het balletje in je balpen! Zo klein.
Mars
‘Als we naar planeet Mars gaan kijken verwachten de bezoekers niet dat het eigenlijk een heel klein wazig dotje is. Men verwacht als ze door zo’n hele grote telescoop kijken dat ze de planeet ook heel groot gaan zien, maar sommige dingen blijven echt klein, want het is echt ver weg. Mars is twee astronomische een heden bij ons vandaan en een astronomische eenheid is honderdvijftig miljoen kilometer. Tussen de zon en de aarde zit één astronomische eenheid, dat is dé afstand waar wij in de ruimte mee meten. Als mensen de maan zien dan vinden ze die vaak juist prachtig. Ze verwachten vaak niet deze zo goed te kunnen zien. Je kunt de kraters zien en de lijnen in het oppervlak.’
Tips
‘Koude wind is het beste teken om goed te kunnen waarnemen,’ begint Rosalie. ‘Weet je waar je ook op moet letten?’ vult Bob aan. ‘Als de sterren twinkelen of fonkelen, dan gaat er warme en koude lucht over elkaar heen. Je moet dat zien als een fata morgana in de woestijn. Je krijgt dan een soort luchtspiegeling, waardoor je slecht sterren kunt zien. De warme en koude lucht uit zo’n jetstream verstoren het zicht. Verder moet je tijdens het sterrenkijken minstens dertig graden boven de horizon kijken, kijk zo veel mogelijk omhoog dan heb je zo min mogelijk atmosfeer, waardoor je het beter kunt zien. En als je echt tips wilt? Kom langs!’