Steken onder water

Bob Benschop



Zalmvisserijen

Zalmvisserij was op de rivieren rond Voorne-Putten eeuwenlang een belangrijk middel van bestaan. ‘In de glorietijd van de zalmvisserij werden er manden vol van de heerlijke vis binnengehaald’, schreef zo’n visser een halve eeuw geleden. ‘Het was een feest om het net uit te werpen, want bij iedere ‘haal’ was het raak; de prachtig glinsterende vis verdrong zich in de netten’.

Tijdens hun paaitrek zwommen zalmen via de grote rivieren stroomopwaarts naar de ondiep gelegen paaigronden. Daarbij passeerden ze ook in grote getalen de kust van Voorne, het Haringvliet, het Spui en de Oude Maas. Daar aasde de zalm op kleine spiering en garnaaltjes en dat vormde voor vissers het moment om toe te slaan. Met zalmsteken – een uitgekiend stelsel van gevlochten hekwerken met netten – dwongen ze de zalmen onherroepelijk in hun fuiken.

Diverse kleine en grote zalmvisserijen onderhielden een handvol tot tientallen van dergelijke zalmsteken. Tegenover Zwartewaal bevond zich de ‘De Graaf van Bijlandt’ en langs de Spijkenisserbrug lagen ‘Klein Profijt I en II’. Brielle kende de zalmvisserij ‘Arbeid Adelt’ en vanuit Hellevoetsluis werden steken geplaats in het Spui bij Zuidland, in de Brielse Maas bij Nieuwesluis en in de Nieuwe Waterweg.

Foto: Spijkenisse ca. 1910; Langs de Oude Maas werd ook met netten gevist, die met paarden aan land werden getrokken

Zalm_Spijkenisse_1910
Zalm_afslag

Rijke opbrengsten

Dagelijks werden de fuiken gecontroleerd en geleegd. De vangst varieerde sterk: soms tot wel tachtig exemplaren in één dag, soms wekenlang geen enkele vis. Ook het gemiddelde gewicht schommelde behoorlijk: zomerzalmen wogen het ene jaar 6 tot 8 pond, het volgende juist weer 15 tot 25 pond. De winterzalm was zonder uitzondering zwaarder, met een beetje geluk tot wel 40 pond. Alle gevangen vis ging in de beun. Een deel van het ruim waar voortdurend vers water doorheen stroomde.

De vangst moest naar de afslag in het Zalmhuis bij het Kralingse Veer worden gebracht. Ook daar was de winst aan wisselvalligheid onderhevig. De ene keer leverde de vis twee gulden, de andere keer negen gulden per pond op. De toen 88-jarige C. Boender haalde in 1963 herinneringen op aan zijn carrière in de zalmvisserij: ‘Het was 23 januari 1894 dat ik mijn intrede in de zalmvisserij deed en wel op de visserij Graaf van Bijlandt op de Botlek, gelegen tussen Nieuwesluis en Zwartwaal. Wij visten met een stoomboot en een landbouwmachine en met drie zegens tegelijk. De gevangen zalm ging in de bun en werd ’s morgens doodgeslagen, waarna ze per boot naar de afslag te Kralingscheveer werd vervoerd. Ik heb meegemaakt dat we honderd zalmen aan de afslag brachten; een andere keer vingen we in 24 uur vijfhonderd elften, waaronder soms een steur van 100 kilo, welke honderd gulden opbracht. In 1884 werden er 124.000 zalmen aan de afslag te Kralingscheveer aangevoerd; dit is de hoogste aanvoer geweest. Op den duur werd de teelt elk jaar korter, dus zei ik de zalmvisserij in 1907 vaarwel.’’

Foto: Zalmafslag bij Kralinsche Veer, 1905

Visetende zeehonden

De gedoodverfde vijanden van de vissers waren de zeehonden, die in de zalmsteken een makkelijke prooi zagen. De zeehond bracht de zalm in paniek door hem in de krappe fuik op te jagen, waardoor de vis al snel uitgeput ging liggen. Door de mazen van het net peuzelde de zeehond de vis op, zodat de visser slechts graten aantrof. Ook gebeurde het nogal eens dat een zeehond verstrikt raakte in de fuik. Als het dier nog leefde bij het lichten, was het oppassen geblazen. Met zijn kracht en scherpe tanden kon een zeehond met gemak een bezemsteel doormidden bijten. Met een paar welgemikte klappen kon het beest worden uitgeschakeld. Het inleveren van de flippers op het politiebureau leverde een premie op. De zeehond werd gevild en de vacht gedroogd, waarna dit met de behaarde kant op klompen werd gespijkerd, warme voeten verzekerd. Uit zeehonden kon ook traan worden gewonnen – uit een volwassen exemplaar al gauw 20 a 25 liter – dat voor f 1,50 per liter verkocht werd aan boeren die er bijvoorbeeld hun leren paardentuig soepel mee hielden. Zo leverde zelfs de bijvangst nog een aardige duit op.

Foto: Brielle ca 1930; Zalmvissen op de Oude Maas, op de achtergrond de gevlochten hekwerken van de zalmstreek

Zalm_Brielle_1930
Zalm_Brielle_1920

Einde

Tegen het einde van de negentiende eeuw luidde de industrialisatie het einde van de zalmvisserij in. De stroomopwaarts gelegen fabrieken loosden massaal giftige afvalstoffen in het water, wat de visstand drastisch verminderde. Jaarlijks namen de vangsten af, waardoor het bedrijf niet langer rendabel was. Stuk voor stuk gooiden de zalmvisserijen er het bijltje er bij neer, waardoor een eeuwenlang bloeiende bedrijfstak in enkele decennia totaal uitstierf.

Foto: Brielle ca 1902; Op de kade langs de Buitenhaven hangen netten te drogen

Visserijmuseum

Wil je meer weten over de visserij op Voorne-Putten? Op de tweede en derde verdieping van het nettenpakhuis Zwartewaal, een rijksmonument uit de tweede helft van de 18de eeuw, zal binnen afzienbare tijd het Visserijmuseum Zwartewaal worden gerealiseerd. Voorbereidingen hiervoor zijn in volle gang. De opening is vastgesteld op zaterdag 6 juli 2019.

Visserijmuseum
Zalm_Rotterdam_1915
Bob Benschop

Bob Benschop

Bob Benschop is sinds 2003 als archivaris en historicus werkzaam bij het Streekarchief Voorne-Putten. Hij verricht veel archiefonderzoek naar tal van onderwerpen uit de regionale geschiedenis, en heeft een bijzondere belangstelling voor de (maritieme) historie van Hellevoetsluis. Hij geeft lezingen en schrijft regelmatig artikelen en andere publicaties.

Bekijk alle bloggers